Stoïcijn in Coronatijd

 

De emoties lopen hoog op in Corona tijd. Voorzichtige mensen accepteren de lastige regels, anderen komen in verzet. Mensen duiken in het schuttersputje van hun eigen gelijk. Het zijn roerige tijden. Tijd om de oefening in stoïcisme weer op te pakken. Een lastige taak. maar vooruit.

Ik was een stoïcijn in wording, tenminste dat was het streven. Op deze blog deelde ik de verhalen van mijn, over het algemeen mislukte, pogingen om meer stoïcijn te worden. Jullie hebben een hele tijd niets van mij gehoord maar deze tijd vraagt er om een nieuwe start. Want ik denk dat je alleen als een stoïcijn deze barre tijden kunt doorstaan. Jullie kunnen dus nieuwe verslagen verwachten met frisse moed ga ik de strijd aan tegen depressies die op de loer liggen en onderzoek ik, met het handboekje van Epictetus als gids, wat in deze crisis de beste houding is. Het wordt natuurlijk weer een harde strijd tussen mijn impulsieve creatieve geest en de nuchtere benadering die de stoïcijn kenmerkt. Is deze missie bij voorbaat kansloos? We zullen zien.

Wat moet je er van denken.

Nederland staat op zijn kop de laatstee tijd. Oorzaak: de Burka. Niet zozeer de Burka of de Nikab zelf, eerder het verbod om deze kledingstukken te dragen in overheidsgebouwen, scholen, openbaar vervoer, ziekenhuizen en artsenpraktijken. Nederlanders vallen massaal over elkaar heen. De ene partij vindt een verbod een beperking van de persoonlijke vrijheid, de andere partij vindt de kledingstukken juist een beperking van de vrijheid. Wat me stoort in de discussie is de ingemetselde standpunten. Luisteren naar mening en motieven van de ander is er niet bij. Iedereen zit in het schuttersputje van het eigen gelijk. Ik maakte mee dat twee intelligente mannen hun handen in de lucht gooide toen ik er over wilde beginnen: “non issue”. Ze wilden er geen woord aan vuil maken. Kijk daar wordt ik dan verdrietig van.

Ik heb allerlei gedachten over het onderwerp en die wil ik kunnen uiten, kunnen bespreken. Ik ben te weinig stoïcijn om het heikele onderwerp compleet te negeren.

Het eerste wat me te binnen schoot toen het tumult losbrak was: hoe zou ik reageren als een van mijn dochters gehuld in nikab het huis binnenkwam met het bericht dat dit voortaan haar manier zou zijn om zich solidair te verklaren met haar burka dragende zusters. Ik weet het niet zeker, maar blij? Ik denk dat dat teveel gevraagd zou zijn. Verder denkend kom ik op de vraag: moet het nu gaan over de nikab of over het verbod daar op. Als we het over het verbod gaan hebben ontstaan er automatisch twee kampen: voor en tegen. Dat leidt tot een onwrikbare situatie. Dat lost niets op. Ik zou het liever hebben over boerka en nikab zelf en daarover praten en denken. Een gesprek waarin alles mag worden gezegd en waarbij er geluisterd wordt naar elkaars argumenten.

Ik zou dan het volgende op tafel leggen. Beide kledingstukken zijn uitingen van het salafisme en worden, bijvoorbeeld in Marokko, gezien als gereedschap van de radicale islam. Marianne Zwagerman schreef dat in een heldere column in Trouw. In Marokko geldt dus een veel strenger verbod dan hier. Dat zegt mij wel wat. Als deze kledingstukken een uiting zijn van radicalisme, dan spreekt me dat niet aan. Dat staat me tegen. In de media worden beelden getoond van demonstraties van tegenstanders van het verbod, vrouwen die zich in hun vrijheid beperkt voelen. Maar ja. Je komt natuurlijk geen vrouw in nikab tegen die voor de camera zegt dat ze dat ding van haar familie moet dragen. Al met al vind ik burka en nikab onprettige kledingstukken om te zien in de openbare ruimte. Waar de regenboogvlag symbool staat voor vrijheid is dat in mijn ogen met nikab en burka precies andersom. Maar een compleet verbod, overal dus, dat gaat me te ver.

Ik sluit me graag aan bij columnist Özcan Akyol. Hij schreef er het volgende over in het AD. Ik citeer: “Ik vind dat een seculier land alle geloofsuitingen in openbare gebouwen zou moeten weren, maar wat mensen op andere plekken doen, mogen ze zelf weten”

Moed

Blog stoïcijn van niks 9-6-19

MOED

Een van de vier Kardinale deugden is Moed. Maar wat is dat precies moed en wanneer en waarvoor heb je het nodig. Een vriend zei ooit tegen mij: “het vergt moed om de waarheid te spreken, maar het vergt soms ook moed om te liegen”. Een doordenkertje. Het begrip moed wordt vaak gebruikt als het om handelend optreden gaat. Als iemand ingrijpt wanneer er een wandaad wordt gepleegd of als iemand in de gracht springt als er een kind dreigt te verdrinken. Moed is er echter in allerlei vormen. Een klokkenluider is moedig als hij malversaties bij bedrijf waar hij/zij werkt aan de kaak stelt, ook als hij/zij weet hierdoor in de problemen te komen. Veel klokkenluiders hadden geen leven meer nadat ze zaken in de openbaarheid brachten.

De moed om in verweer te komen

Voor grote moed kun je alleen maar diep buigen. Zoals voor Malala Yousafzai bijvoorbeeld.

De activiste die strijd voor gelijke kansen in het onderwijs voor meisjes. Vanwege haar activisme werd zij door het hoofd geschoten. Een jong meisje toen, dat simpelweg naar school wilde. Maar ook Martin Luther King, die streed voor de rechten van de zwarte bevolking. Maar op kleinere schaal is er de club Moedige Mensen die strijd tegen armoede in ons eigen land. En zo kunnen we nog wel even doorgaan, van de Green Peace activisten tot de dierenactivisten. Mensen die strijden tegen vormen van onrecht.

Dagelijkse Moed

Naast grote moed is er ook de moed voor dagelijks gebruik. Hoe ziet die eruit?

Dat kan soms heel klein zijn. Bijvoorbeeld de moed om die volgende sigaret niet op te steken. Of de moed om je excuus aan te bieden voor een onaardige opmerking. Of het op te nemen voor een collega’s die gepest wordt op het werk. De moed om je eigen ongelijk toe te geven. De moed ook om je te laten horen als er onrecht plaatsvindt. De moed om zacht te zijn. Moed is, denk ik, vooral een houding, een houding die je kunt perfectioneren en uitbreiden. Dat vraagt om zelfreflectie en die leidt tot inzicht.

Welke positie neem jij in op de Moed meter?

In een college over de deugdenleer gaf Professor Paul van Tongeren eens een uitleg over de juiste positie kiezen als het om Moed gaat. Hij trok een horizontale lijn en zette aan de linkerkant van die lijn het woord Laf en aan de rechterkant het woord Roekeloos.

Laf ————————————————————————–X—————— Roekeloos

Nu vroeg hij ons waar op deze lijn hun positie van Moed zou staan.

Dichtbij Laf wilde niemand terecht komen, dichtbij Roekeloos ook niet.

De meesten plaatsten hun positie iets voorbij het midden, in de richting van Roekeloos.

Maar ook weer niet te ver van het midden. Laf zijn wordt dus als kwalijk gezien maar Roekeloos ook. Ik vond dat frappant. Het leek mij behoorlijk calculerend. Toon moed indien nodig maar loop daarbij geen schade op. Als stoïcijn van niks plaatste ik mijn kruisje gevaarlijk dicht bij Roekeloos. Niet omdat ik van nature zo moedig ben maar omdat ik haast zeker weet dat ik in zo’n situatie instinctief zal handelen. Ik ben dan ook een stoïcijn van niks.

Matigheid

De Kardinale deugden zijn: Wijsheid, Rechtvaardigheid, Moed en Matigheid. Het zijn tevens de Stoïcijnse deugden. Aan alle vier deze deugden wil ik in mijn komende blogposts aandacht besteden. Te beginnen met Matigheid. Die Deugd lijkt van de vier redelijk te doen. Maar als ik even doordenk zie ik heel wat beren op de weg naar mijn streven meer Stoïcijn te zijn. Maar goed, laat ik de strijd moedig aanpakken (sla ik twee deugden in een klap).

Bij Matigheid ligt het voor de hand om aan eten en drinken te denken. Dat is op zich al moeilijk genoeg. De verleidingen liggen overal op de loer. Op zonovergoten terrasjes, in donkerbruine kroegen, bij leuke eetstalletjes en in fijne restaurants. Kortom je wordt van alle kanten belaagd. Door de geur van verse stroopwafels op de markt, door de vriend die je nog een wijntje aanbiedt (kom op man nog eentje), door het aanbod van taart terwijl je het bij een espresso wil houden. Het is een strijd, een keiharde strijd, om daar de matigheid te vinden. Ik denk dat ik (ik ben tenslotte een creatieve geest) een simpele oplossing heb gevonden als het op eten en drinken aankomt. Daarover verderop meer. Maar er zijn ook nog zaken als te vaak nieuwe kleding kopen. Matig zijn met energiegebruik. Auto vaker laten staan en gaan fietsen. Liever nog te voet, dat past een Stoïcijn beter.

Matigheid is een belangrijke deugd en raakt vaak aan andere deugden als bescheidenheid bijvoorbeeld. Want denkend over Matigheid kwam ik op andere zaken als eten en drinken en overige consumptie. Ik heb de neiging om in dialogen te veel aan het woord te zijn. Daar wil ik matiger in worden. Een vraag levert over het algemeen meer op dan een mening, nietwaar. Dus moet ik mij voortaan iets bescheidener opstellen. Dat wordt wel een hell of a job, want ik heb natuurlijk wel vaak gelijk.

Nu mijn simpele oplossing: van alles de helft!

Ik ben een mens van oplossingen, een creatief, een conceptontwikkelaar. Vandaar dat ik het format ‘de helft is ook genoeg’ in de wereld wil zetten. Als ik matiger wil zijn zal ik simpelweg genoegen moeten nemen met de helft. Laat ik dat tweede glas wijn staan, eet ik de helft minder, loop ik liever dan ik fiets, want dat gaat op halve snelheid. Ga ik een keer per maand uit eten in plaats van twee keer of vaker. Als ik dit gedrag breed in mijn leven kan verweven ben ik aardig op weg. Of het lukt is nog even de vraag want ik blijf natuurlijk een Stoïcijn van niks.

Het belang van Matigheid vind je niet alleen bij de Stoïcijnen, ook Paus Johannes Paulus de II sprak zich er over uit. Ik ben geen gelovig mens maar vind zijn visie op matigheid mooi.

De matige mens is iemand die zichzelf meester is. Iemand in wie de hartstochten niet de overhand hebben over het verstand, de wil en ook over het ‘hart’. De mens die zichzelf weet te beheersen! Indien dat zo is, zien we gemakkelijk in welk een fundamentele en wezenlijke waarde de deugd van matigheid heeft. Zij is zonder meer onontbeerlijk voor de mens om geheel en al mens te ‘zijn’. Men behoeft maar te kijken naar iemand die meegesleept door zijn hartstochten er het ‘slachtoffer’ van wordt, en zelfs van het gebruik van zijn verstand afziet (zoals bijvoorbeeld een alcohol- en een drugsverslaafde), en we stellen met duidelijkheid vast dat ‘mens-zijn’ het eerbiedigen van zijn eigen waardigheid betekent, en zich daarom onder andere laat leiden door de deugd van matigheid.

Het kan vriezen en het kan dooien.

De eerste regel die een aankomend stoïcijn ter harte moet nemen vind je op de eerste pagina van het zakboekje van Epictetus.

“Weet wat wel en wat niet binnen je macht ligt”, met andere woorden over zaken waar je geen invloed op kunt hebben heeft het geen zin je op te winden. Een mooi voorbeeld is het weer. Het kan vriezen of het kan dooien, het kan tropisch heet zijn het water kan met bakken uit de hemel vallen, maak je er niet druk om. Wat kun je er aan doen? Niks. Eerder zou ik zeggen geniet er van.

Nog zo’n item is ons sterven. Iets waar veel mensen een enorme angst voor hebben. Sinds ik vier jaar geleden een hartstilstand mocht meemaken ben ik van die angst compleet af. We sterven hoe dan ook. Waarom zou je dan een leven in angst leiden?

Vanmiddag was ik bij de herdenkingsdienst voor Bas Marrien. Een lieve man, een wijs man maar geen watje. Een man waarmee ik vier jaar op Qi gong zat. Allebei met wat deuken in het lijf waggelden we door de oefeningen. Humor hield ons op de been. Ik genoot en naar mijn idee Bas ook. Zijn afscheid was een zeer bijzondere gebeurtenis.

Geen crematorium maar een creatieve hotspot was de plek. Het werd een theater van welgemeende emotie, verhalen uit het hart, gedichten en soms applaus. (wat heerlijk applaus bij een uitvaart) Dat zou wat mij betreft vaker mogen gebeurden. Dan waren er drank en hapjes en voerden mensen nagalm gesprekken. Nagalm is als naar buiten komt wat aan gevoelens is opgeslagen. Dat je opgekomen gevoelens met elkaar kunt en wilt delen. Waarom nog bang zijn voor de dood als je als mens zo’n indruk achter kunt laten

De onthaastingsindustrie

Cursussen mindfulness, een weekendje onthaasten bij de boer, de kunst van het `kaizen, workshop onthaast spreken, workshop interne stabiliteit, dagje varkens knuffelen, bomen huggen en niet te vergeten de ademhalingstrainingen. En weet je wat er zo grappig is: vaak staat er bij de aankondiging van dit soort activiteiten de vermelding: meld je snel aan. Nog maar een paar plaatsen.

Ik laat me niet gek maken. Ik pak een goed boek en ga in mijn favoriete stoel bij de haard zitten. Ik lees ‘Hoe word ik een stoïcijn’ van Massimo Piglucci, daar word ik heel rustig van.

Gymnastiek voor de intelligentsia

In een boek van Julian Barnes, ‘Het tumult van de tijd’ over het leven van de componist Sjostakovitsj las ik een mooi voorbeeld van onthaasting, zeg maar mindfulness van zeventig jaar geleden.

Een vriend raadde de nogal neurotische componist gymnastiek voor intelligentsia aan. Het werkt als volgt: gooi een doosje lucifers leeg op de grond en buk je om de lucifers een voor een terug in het doosje te doen. Blijf zo staan tot je alle lucifers een voor een in terug in het doosje hebt. Ik vind dit een creatieve vondst. Je traint je rugspieren en tegelijkertijd werkt dit alleen als je het rustig doet, zonder haast. Ik overweeg om met deze oefening de dag te beginnen.

Een stoïcijn heeft geen haast

Ik stel me zo voor dat een echte stoïcijn zich niet haast. Het is iemand die kalm zijn weg gaat. Iemand die zich niet gek laat maken door de competitieve werkvloer of door targets en deadlines. Stress en stoïcijn zijn, dat past niet bij elkaar.

Maar er ligt altijd een onverwacht gevaar op de loer. Iets wat je zomaar kan overvallen: je eigen gedachten die met je op de loop gaan. Haast speelt zich naar mijn idee voornamelijk af in je hoofd.

Ik als creatieve geest wordt vaak gedreven door de ideetjes die me invallen. Ze duwen mij als het ware voort. Het lijkt wel alsof de kalme wandeling waar je aan begon in no time verandert in een soort marathon. Een tempo dat bepaalt wordt door de drukte in je hoofd. Je gaat dan in de versnelling van je vluchtige denken lopen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van een ontspannen wandeling langs de rivier. Zo kom je niet tot rust.

Maar ik denk een geniale oplossing te hebben gevonden: alleen je rechtervoet telt? Ja zeker. Als ik wandelend naar een rustig tempo wil tel ik alleen de keren dat mijn rechtervoet de grond raakt. De linker sla ik over. Op die manier tellen twee stappen voor een enkele stap. En, geloof het of niet, dat werkt. Daar loop je rustiger van. Probeer het maar.

Een Stoïcijn fladdert niet

Als creatieve geest heb je een groot probleem als je wat meer stoïcijns wil worden. Je fladdert teveel. Je ziet teveel, je hoort teveel en ja je ruikt en proeft zelfs teveel. Je staat open voor allerlei indrukken simpelweg omdat die je op ideeën brengen. Omdat je als je een probleem ziet onmiddellijk een oplossing wil bedenken. De oren zijn gespitst, de ogen waakzaam, de ‘antenne’ staat altijd uitgevouwen, altijd open voor nieuwe impulsen.

Tsja, het is dan wel vragen om problemen als je aangetrokken wordt tot de stoïcijnse levenskunst. Een stoïcijn neemt rustig waar en zal rustig bepalen of een bepaalde denkroute iets kan brengen. Of dit een weg is die nader onderzocht moet worden of dat je deze afslag beter links kunt laten liggen. Een stoïcijn, zoals ik het begrijp tenminste, fladdert niet maar focust. Hij maakt zorgvuldig zijn keuze als het gaat om het investeren van zijn aandacht en denkvermogen.

Gaat het om iets wat binnen mijn macht ligt? Iets waar ik daadwerkelijk invloed op uit kan oefenen of gaat het om iets wat buiten mijn macht ligt. Zaken waar je niet veel over te zeggen hebt. Zoals het onvoorspelbare weer en het even onvoorspelbare gedrag van anderen. Nee beter is het om het eigen denken en handelen te onderzoeken en daar verbetering na te streven. Het staat vast dat we op gegeven moment zullen overlijden, daar is niks tegen te doen, een stoïcijn aanvaardt dat. Maar wat wel in je macht ligt is om gezond te eten en te bewegen, je te ontspannen. In die kunst kun je je bekwamen door te mediteren, te wandelen, en de juiste voeding te kiezen. Een behoorlijke uitdaging voor een stoïcijn van niks.

Een jaar zonder ergernis

Een echte stoïcijn ergert zich niet. Hij leeft volgens onderstaande wijsheid van Epictetus.

Geef me de moed te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt, de kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt en de wijsheid tussen die twee onderscheid te maken.

Dus leven zonder ergernis is mijn opdracht voor het nieuwe jaar. En dat dat een mega uitdaging is voor mij weten de mensen die mij kennen maar al te goed. Ik erger mij met grote regelmaat aan: fietsers in de winkelstraat, stickers op de boeken die je koopt, voordringen in winkels, onhandige apparaten, keuzemenu’s als je een bedrijf belt, de lege blikjes langs de wandelpaden. Hoe kom je van de ergerlijke gewoonte af je vaak te ergeren. Het wordt een moeilijk jaar voor deze stoïcijn van niks. Maar als ik het advies van Epictetus ter harte neem en de moed heb om te accepteren dat sommige zaken niet in mijn vermogen liggen en dus ergernis compleet nutteloos is, dan is er hoop. Dan raap ik die weggeworpen blikjes op en gooi ze in de container die ook langs het wandelpad staat. Opgelost.

Nog even over die stickers op boeken. Ik vind dat haast een aanranding van het maagdelijk boek dat je wil aanschaffen. Bestaat er iets fijners dan een nieuw boek voor de eerste keer openslaan. Je verheugen op een mooi verhaal of een boeiend inzicht. Dat plezier wordt vergald door die stomme uitgevers die niet schijnen te beseffen dat hun stickers met bijvoorbeeld DWDD boekenpanel, eerder een antireclame is. Een enorm gepeuter om die krengen er af te halen met vaak een beschadiging tot gevolg. Ik wil geen boeken meer met een sticker het komende jaar. Hoef ik me ook niet te ergeren.