Wat moet je er van denken.

Nederland staat op zijn kop de laatstee tijd. Oorzaak: de Burka. Niet zozeer de Burka of de Nikab zelf, eerder het verbod om deze kledingstukken te dragen in overheidsgebouwen, scholen, openbaar vervoer, ziekenhuizen en artsenpraktijken. Nederlanders vallen massaal over elkaar heen. De ene partij vindt een verbod een beperking van de persoonlijke vrijheid, de andere partij vindt de kledingstukken juist een beperking van de vrijheid. Wat me stoort in de discussie is de ingemetselde standpunten. Luisteren naar mening en motieven van de ander is er niet bij. Iedereen zit in het schuttersputje van het eigen gelijk. Ik maakte mee dat twee intelligente mannen hun handen in de lucht gooide toen ik er over wilde beginnen: “non issue”. Ze wilden er geen woord aan vuil maken. Kijk daar wordt ik dan verdrietig van.

Ik heb allerlei gedachten over het onderwerp en die wil ik kunnen uiten, kunnen bespreken. Ik ben te weinig stoïcijn om het heikele onderwerp compleet te negeren.

Het eerste wat me te binnen schoot toen het tumult losbrak was: hoe zou ik reageren als een van mijn dochters gehuld in nikab het huis binnenkwam met het bericht dat dit voortaan haar manier zou zijn om zich solidair te verklaren met haar burka dragende zusters. Ik weet het niet zeker, maar blij? Ik denk dat dat teveel gevraagd zou zijn. Verder denkend kom ik op de vraag: moet het nu gaan over de nikab of over het verbod daar op. Als we het over het verbod gaan hebben ontstaan er automatisch twee kampen: voor en tegen. Dat leidt tot een onwrikbare situatie. Dat lost niets op. Ik zou het liever hebben over boerka en nikab zelf en daarover praten en denken. Een gesprek waarin alles mag worden gezegd en waarbij er geluisterd wordt naar elkaars argumenten.

Ik zou dan het volgende op tafel leggen. Beide kledingstukken zijn uitingen van het salafisme en worden, bijvoorbeeld in Marokko, gezien als gereedschap van de radicale islam. Marianne Zwagerman schreef dat in een heldere column in Trouw. In Marokko geldt dus een veel strenger verbod dan hier. Dat zegt mij wel wat. Als deze kledingstukken een uiting zijn van radicalisme, dan spreekt me dat niet aan. Dat staat me tegen. In de media worden beelden getoond van demonstraties van tegenstanders van het verbod, vrouwen die zich in hun vrijheid beperkt voelen. Maar ja. Je komt natuurlijk geen vrouw in nikab tegen die voor de camera zegt dat ze dat ding van haar familie moet dragen. Al met al vind ik burka en nikab onprettige kledingstukken om te zien in de openbare ruimte. Waar de regenboogvlag symbool staat voor vrijheid is dat in mijn ogen met nikab en burka precies andersom. Maar een compleet verbod, overal dus, dat gaat me te ver.

Ik sluit me graag aan bij columnist Özcan Akyol. Hij schreef er het volgende over in het AD. Ik citeer: “Ik vind dat een seculier land alle geloofsuitingen in openbare gebouwen zou moeten weren, maar wat mensen op andere plekken doen, mogen ze zelf weten”